Lesvoorbereidingsformulier
EDI Technieken
Kijkwijzer
Versie 1.3 ©(okt24)
EDI Lesvoorbereiding Formulier
Exporteer naar PDF
Exporteer naar Word
Algemene informatie
Vak
Datum
Groep
Tijd
1. Activeren van voorkennis
i
• Voorkennis is het klittenband voor het leren • Vraag naar wat leerlingen al weten over het onderwerp • Houd het kort (max. 5 minuten) • Gebruik het om leerlingen in de leerstand te zetten • Maak verbinding tussen bekend en nieuw
2. Lesdoel
i
• Moet compact, concreet en controleerbaar zijn • Bevat een concept en een vaardigheid • Zorgt voor doelgericht onderwijs • Maakt controle mogelijk • Deel het met de leerlingen
3. Instructie
i
Ik-fase • Ik doe het voor (modeling) • Gebruik uitgewerkte voorbeelden • Kies tussen uitleggen, handelen of hardop denken • Maak gebruik van stappenplannen of kenniskaarten • Controleer begrip tijdens instructie
CvB-vragen
4. Begeleide inoefening
i
Wij-fase & jullie-fase • Nooit zelfstandig of individueel • Samen met leerkracht of met elkaar • Gebruik EDI-technieken • Aantal voorbeelden afhankelijk van beheersing • Geleidelijke overdracht van verantwoordelijkheid
5. Lesafsluiting
i
• Kleine lesafsluiting voor zelfstandige verwerking • Grote lesafsluiting na zelfstandige verwerking • 80% moet het beheersen • Ontwerp zo dat alle leerlingen succesvol kunnen zijn • Controleer of het lesdoel is behaald
6. Zelfstandige verwerking
i
Jij-fase • Geen nieuwe leerstof • Eerst snappen, dan pas verwerken • Doel is onthouden, niet leren • Moet in lijn zijn met lesdoel en instructie(kijk kritisch naar opdrachten uit werkboek) • Zorg voor een rustige en taakgerichte werksfeer
7. Verlengde instructie
i
• Voor leerlingen die het lesdoel niet beheersen • Niet vooraf bepaald wie deelneemt • Rekening houden met sterke leerlingen • Voorkom uitval door goede basisinstructie • Aangepaste instructie op niveau
EDI Technieken
1. Betrekken en Activeren
i
• Doel: actief leren, niet alleen bewegen • Resultaat: betrokken leerlingen • Focus op leerproces
▼
Belangrijke aspecten:
Lezen: teksten klassikaal hardop lezen voor effectief leesbegrip
Schrijven: bordwerk altijd laten overnemen op papier voor later gebruik
Denken: voldoende denktijd geven bij vragen
Verwoorden: gebruik van schoudermaatjes voor overleg
2. Controleren van Begrip
i
• Tijdens de les controleren • Preventief werken • Direct kunnen bijsturen
▼
Stapstenen:
Eerst instructie geven
Dan pas vragen stellen
Denktijd bieden (3-10 seconden)
Willekeurige beurten geven
Luisteren naar antwoorden
Feedback geven
3. Feedback Geven
i
• Direct feedback geven • Gericht op groei • Controleer begrip na feedback
▼
Richtlijnen:
Geef bij elk antwoord feedback
Help stapsgewijs naar het juiste antwoord
Bij meerdere fouten: klassikale uitleg
Bij wisbordjes: eerst goede antwoorden
Controleer begrip na feedback met nieuwe vraag
4. Herhalen
i
• Essentieel voor onthouden • Verschillende momenten • Systematische aanpak
▼
Herhalingsmomenten:
Voorafgaand aan de EDI-les (voorkennis)
Tijdens de EDI-les (actief gebruik)
Na afloop van de EDI-les:
Dagelijkse afsluiter
Wekelijkse terugblik (20 min)
Maandelijkse herhaling
EDI Lesfasen
1. Activeren van voorkennis
i
• Voorkennis is het klittenband voor leren • Maximum 5 minuten • Verbinding tussen bekend en nieuw
▼
Drie stappen:
Stap 1: Kiezen welke voorkennis je activeert
Stap 2: Denken, schrijven en delen
Stap 3: Verbinden met nieuwe leerstof en lesdoel
Belangrijke aspecten:
Vraag naar wat leerlingen al weten over het onderwerp in het algemeen
Niet specifiek vragen naar het nieuwe lesdoel
Gebruik dagelijkse situaties om het onderwerp te introduceren
Het is een middel om leerlingen in de leerstand te zetten
Door kort en krachtig een oud lesdoel te herhalen, krijgen leerlingen de benodigde voorkennis aangereikt
2. Lesdoel
i
• Moet compact, concreet en controleerbaar zijn • Bevat concept en vaardigheid • Maakt controle mogelijk
▼
Kenmerken van een goed lesdoel:
Compact: niet te lang geformuleerd
Concreet: niet vaag
Controleerbaar: mogelijkheid tot cvb-vragen en opdrachten
Componenten:
Concept: het belangrijkste begrip
Vaardigheid: stappen om tot oplossing te komen
Context: situatie waarin het moet worden toegepast (optioneel)
3. Instructie
i
• Belangrijkste fase van EDI-les • Expliciete directe instructie • Geleidelijke overdracht
▼
Vaste volgorde:
Ik doe het voor
Wij doen het samen
Jullie doen het samen
Jij doet het zelf
Instructievormen:
Uitleggen:
Voor procedurele en feitenkennis
Heldere oplossingsprocedure
Leerlingen activeren tijdens uitleg
Handelen:
Gebruik van concrete materialen
Visualiseren en concretiseren
Moet bijdragen aan lesdoel
Hardop denken (modelen):
In eerste persoon
Bij complexe opdrachten
Expliciet maken van denkstappen
Gebruik vaste plek en gebaar
Soorten kennis:
Procedurele kennis:
Vooral bij reken- en taallessen
Werken met stappenplan/formule/regel
Gericht op juiste oplossing
Feitenkennis:
Bij zaakvakken (geschiedenis, aardrijkskunde)
Feiten in samenhang onderwijzen
Vaak gebruik van 'vertellen' in lesdoel
4. Begeleide inoefening
i
• Wij-fase en Jullie-fase • Nooit zelfstandig of individueel • Geleidelijke overdracht
▼
Wij doen het samen:
Eerst alle stappen voordoen, leerlingen doen exact na
Geleidelijk meer zelfstandigheid
Gebruik wisbordjes voor cvb-vragen
Herhaal concept en koppel aan vaardigheid
Jullie doen het samen:
Voor procedurele kennis:
Check begrip op klassenniveau
Individuele feedback bij fouten
Mogelijkheid terug naar wij-fase
Bouw moeilijkheid geleidelijk op
Voor feitenkennis:
Gebruik kenniskaart voor ordening
Werken in tweetallen
Zelfstandig samenvatten
Afwisselende werkvormen:
Lezen
Video's bekijken
Luisteren
Schrijven en tekenen
Overleggen
CVB-vragen beantwoorden
5. Lesafsluiting
i
• Kleine en grote lesafsluiting • 80% moet het beheersen • Controle van lesdoel
▼
Kleine lesafsluiting:
Vindt plaats vóór zelfstandige verwerking
Individuele opdracht
Controleert begrip van:
Het concept
De vaardigheid
Bepaalt wie verlengde instructie nodig heeft
80% moet het beheersen
Grote lesafsluiting:
Vindt plaats na zelfstandige verwerking
Leerlingen vertellen wat ze geleerd hebben
Samenvatting van de les
Bespreking van:
Werkhouding
Werkpunten
Opvallendheden
Terugblik op lesdoel
Vooruitblik naar volgende les
6. Zelfstandige verwerking
i
• Jij-fase • Doel is onthouden • Geen nieuwe leerstof
▼
Kenmerken:
Geen onbekende of nieuwe leerstof
Combinatie van:
Opdrachten bij het lesdoel
Herhaling eerder aangeboden lesdoelen
Eerst snappen, dan pas verwerken
Doel is onthouden, niet leren
Belangrijke aspecten:
Moet in lijn zijn met lesdoel en instructie
Logische opbouw naar beheersing
Heldere regels en procedures
Rustige en taakgerichte werksfeer
Duidelijkheid over:
Beschikbare tijd
Beschikbaarheid leerkracht
Geluidsniveau
Samenwerking
Wat te doen bij klaar zijn
7. Verlengde instructie
i
• Voor wie het nodig heeft • Extra ondersteuning • Preventief werken
▼
Voor wie:
Leerlingen die lesdoel onvoldoende beheersen
Niet vooraf vastgesteld
Kan variëren per les
Zowel zwakke als sterke leerlingen
Kenmerken:
Sluit aan bij basisinstructie
Gebruik dezelfde materialen en uitleg
Focus op behalen lesdoel
Eventueel:
Kleinere stappen
Meer concrete materialen
Extra verduidelijking
Aanpak:
Herhaling van instructie en begeleide inoefening
Extra oefening en feedback
Meer individuele aandacht
Controle van begrip
Ruimte voor zelfstandige verwerking
Mogelijkheid tot extra verlengde instructie
Preventie:
Goede basisinstructie voorkomt veel uitval
Versterken van basisinstructie is prioriteit
Effectief omgaan met verschillen
Voorkom dat zwakke leerlingen afhaken tijdens de les
Overige EDI informatie
Wisbordjes
i
• Activeert alle leerlingen • Direct feedback mogelijk • Zicht op hele klas
▼
Gebruik van wisbordjes:
Alle leerlingen schrijven het antwoord op
Op teken van de leerkracht bordjes omhoog
Leerkracht krijgt direct overzicht van:
Wie het begrijpt
Wie nog niet
Welke fouten worden gemaakt
Bij gebruik van wisbordjes geen willekeurige beurten geven
Regels voor wisbordjes:
Wisbordje op de hoek van de tafel
Stift in de hand
Wachten op het schrijfsignaal
Bordjes pas omhoog op teken van de leerkracht
Onder de kin houden tijdens het opsteken
Direct feedback geven aan leerlingen met juiste antwoorden
Daarna kans geven om antwoord te verbeteren
Schoudermaatjes
i
• Samen leren en overleggen • Vergroten denktijd • Actieve deelname
▼
Doel van schoudermaatjes:
Vergroten van betrokkenheid
Meer denktijd voor leerlingen
Veilige manier om antwoord te delen
Samen tot oplossingen komen
Regels voor schoudermaatjes:
Draai je naar elkaar toe
Praat zachtjes met elkaar
Denk hardop, vertel om de beurt
Luister goed naar elkaar
Wees het eens over het antwoord
Stop direct op het afgesproken signaal
Wanneer inzetten:
Bij moeilijke vragen die meer denktijd vragen
Om voorkennis te activeren
Bij het bespreken van opdrachten
Voor het controleren van elkaars werk
Bij het samen formuleren van een antwoord
Willekeurige beurten
i
• Activeert alle leerlingen • Eerlijke beurtverdeling • Verhoogt betrokkenheid
▼
Waarom willekeurige beurten:
Alle leerlingen blijven actief meedenken
Voorkomt dat alleen sterke leerlingen antwoord geven
Geeft beter beeld van klassikaal begrip
Zorgt voor eerlijke beurtverdeling
Verhoogt de betrokkenheid van alle leerlingen
Gebruik van beurtenstokjes:
Stel eerst de vraag aan de hele klas
Geef voldoende denktijd (3-10 seconden)
Trek dan pas een willekeurig stokje
Gebruikte stokjes apart houden
Aan eind van de les alle stokjes weer beschikbaar
Aandachtspunten:
Niet gebruiken bij:
Gebruik van wisbordjes
Persoonlijke ervaringen delen
Gevoelige onderwerpen
Na willekeurige beurt eventueel aanvullingen vragen met vingers
Bij fout antwoord: help de leerling stapsgewijs verder
Bij veel foute antwoorden: klassikale herinstuctie
EDI Kijkwijzer
Exporteer naar PDF
Exporteer naar Word
Leerkracht
Groep
School
Datum
Lesdoel
Observant
Persoonlijke werkpunten
Mijn zelf geformuleerde persoonlijke werkpunten of verzoek voor een gerichte kijkvraag
Mijn sterke punten
Voorbereiding
▼
De leerkracht heeft de les zichtbaar goed voorbereid (lesplan, kijkwijzer, aantekeningen)
De leerkracht weet welke leerlingen behoren tot de groepen: sterk-basis-risico
De leerkracht heeft alle materialen klaarliggen
Er is sprake van een rijke gecijferde en geletterde leeromgeving
Toelichting
Start
▼
De leerkracht activeert de aanwezige voorkennis bij de leerlingen (wat weten we al?)
De leerkracht gebruikt hiervoor eigen ervaringen van de leerlingen, frist een oud leerdoel op of realiseert een korte en felle automatiseringsoefening
Het lesdoel is concreet en controleerbaar en bestaat uit een concept en een vaardigheid
De leerkracht noteert het lesdoel op het bord met een voorbeeld (wat gaan we leren?)
De leerkracht besteedt op enig moment in de les aandacht aan het belang van het lesdoel
De leerkracht geeft een lesoverzicht (wat gaan we doen?)
Toelichting
Instructie
▼
Alle leerlingen nemen deel aan dit lesonderdeel
De leerkracht geeft expliciet blijk van hoge verwachtingen: alle leerlingen behalen het lesdoel
De leerkracht onderwijst het concept: heldere betekeniszin en veel voorbeelden
De leerkracht onderwijst de vaardigheid: concrete stappen
De leerkracht gebruikt concreet materiaal bij de uitleg van nieuwe leerstof
De leerkracht legt uit / doet voor / denkt hardop
De leerkracht laat leerlingen aantekeningen maken of activeert de leerlingen anderszins
De leerkracht gebruikt heldere taal en legt moeilijke woorden kort uit
De leerkracht voorkomt uitweidingen en blijft dicht bij het lesdoel
De leerkracht wisselt instructie en begeleide inoefening met elkaar af
De leerkracht gaat regelmatig na of de leerlingen de leerstof begrijpen (controleren van begrip)
Toelichting
Begeleide inoefening
▼
De leerkracht wisselt instructie en begeleide inoefening met elkaar af
De leerkracht gaat na of de leerlingen de leerstof begrijpen (controleren van begrip)
De leerkracht stelt veel vragen aan de leerlingen
De leerkracht stelt de vraag aan de klas voordat er een naam van een leerling wordt genoemd
De leerkracht biedt denktijd (3-5 seconden)
De leerkracht realiseert interactie: schoudermaatjes
De leerkracht laat geen vingers opsteken en geeft willekeurige beurten
De leerkracht activeert alle leerlingen door wisbordjes te gebruiken
De leerkracht laat de leerlingen de leerstof verwoorden en geeft procesgerichte feedback
De leerkracht stelt vragen op verschillende niveaus: herhalen, verwoorden, toepassen
De leerkracht zorgt voor succeservaringen
De leerkracht spreekt positieve verwachtingen uit naar leerlingen
De leerkracht biedt sterke leerlingen de mogelijkheid om aan te vullen
De begeleide inoefening gaat vloeiend over in de kleine lesafsluiting
Toelichting
Kleine lesafsluiting
▼
De leerkracht geeft de leerlingen een individuele opdracht om te controleren of iedereen het concept begrijpt
De leerkracht geeft de leerlingen een individuele opdracht om te controleren of iedereen de vaardigheid beheerst
Toelichting
Zelfstandige verwerking
▼
De leerkracht maakt duidelijk hoeveel tijd de leerlingen hebben voor het maken van de opdrachten (klok, time-timer, etc.)
De leerkracht geeft duidelijkheid over de eigen beschikbaarheid (stoplicht)
De leerkracht geeft duidelijkheid over het geluidsniveau (geluidsthermometer)
De leerkracht geeft aan of er wel of niet mag worden samengewerkt (pictogram)
De leerkracht geeft aan wat leerlingen moeten doen als ze klaar zijn (noteren op bord)
De opdrachten van de zelfstandige verwerking sluiten aan op het lesdoel, de instructie en begeleide inoefening
De leerlingen zijn gericht op verwoorden en uitleggen in plaats van antwoorden
De leerkracht stelt duidelijke eisen aan het werk
De leerkracht zorgt voor een rustige en prettige werksfeer
De leerkracht loopt een hulpronde
De leerkracht stimuleert leerlingen door te werken
Toelichting
Verlengde instructie
▼
Het behalen van het lesdoel staat centraal en niet het maken van de opdrachten
De verlengde instructie sluit aan bij de basisinstructie en begeleide inoefening
De leerkracht gebruikt dezelfde uitleg en materialen als in de basisinstructie
De leerkracht maakt eventueel gebruik van concrete materialen of kleinere stappen ter verduidelijking
De leerkracht herhaalt de punten zoals genoemd onder kopjes 'instructie' en 'begeleide inoefening'
De leerkracht geeft ruimte voor zelfstandige verwerking om zodoende hulpronde te kunnen lopen
De leerkracht geeft nogmaals verlengde instructie aan de meest zwakke leerlingen
Toelichting
Grote lesafsluiting
▼
De leerkracht laat de leerlingen vertellen wat ze geleerd hebben
De leerkracht geeft (op het bord) een samenvatting van de les
De leerkracht bespreekt het proces: werkhouding, werkpunten, opvallendheden
De leerkracht vraagt de leerlingen wat ze goed kunnen en wat nog lastig voor hen is
De leerkracht blikt terug op het lesdoel en vooruit naar de volgende les
Toelichting
Algemeen
▼
De leerkracht besteedt de geplande tijd gericht aan het behalen van het lesdoel
De leerkracht laat geen tijd verloren gaan tijdens de les (dode momenten, wachtende leerlingen)
Regels en routines (klassenmanagement) zijn helder en goed ingeslepen
De leerkracht benoemt en beloont gewenst gedrag en heeft voornamelijk positieve interacties met de leerlingen
De leerkracht legt duidelijk uit (Onderwijsinspectie, 2013)
De leerkracht realiseert een taakgerichte werksfeer (Onderwijsinspectie, 2013)
De leerkracht betrekt leerlingen actief bij het leerproces (Onderwijsinspectie, 2013)
Toelichting
Conclusie
Aandachtspunten
Sterke punten
Dit zou je echt moeten delen met je team: